Meer geld regio voor weg en OV

Den Haag – Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat er de komende jaren meer geld naar de regio’s gaat voor wegen en openbaar vervoer, zo bleek bij het overleg over de Nota Mobiliteit. De Kamer komt hiermee tegemoet aan de wensen van de provincies. De uitkomsten van de netwerkanalyses (onderzoek naar knelpunten en oplossingen voor de weg en het openbaar vervoer) moeten doorwerken in de financiële verhoudingen en leiden tot verdere decentralisatie van middelen. Deze middelen moeten komen uit het MIT en het Infrafonds, en zonodig uit extra middelen zoals meevallers of aardgasbaten.

De Kamerfracties vinden de uitkomsten van de netwerkanalyses zo belangrijk dat zij eerst de uitkomsten daarvan af wilden wachten alvorens de Nota vast te stellen. De uitkomsten zijn immers van belang voor de verdeling van de middelen. Het principe van de doorwerking van de uitkomsten zit echter wel goed in de Nota, zo heeft Peijs geantwoord. Over de feitelijke verdeling van de middelen kan de Kamer elk jaar opnieuw beslissen bij het MIT en bij de begroting. Voor uitstel is dus geen reden, aldus Peijs. De uitkomsten van de analyses kunnen leiden tot zowel meer investeringen in het onderliggend wegennet als in het (regionaal) openbaar vervoer. Daarbij mikken VVD en LPF vooral op meer asfalt, en de andere partijen vooral op meer OV. Het gaat hierbij om een verschuiving van rijksmiddelen naar de regio’s, en niet zo zeer om verschuivingen tussen regio’s.

De Kamerleden hebben ook gepleit voor integrale netwerkanalyses, waarbij rekening gehouden wordt met ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw; wegen, openbaar vervoer en vervoer over water; beprijzen en mobiliteitsmanagement. Ook is aandacht nodig voor ontvlechting van regionaal en nationaal verkeer. De triple-A gedachte, waarbij drie snelwegen (A2, A4 en A12) meer aandacht krijgen dan anderen, moet uit de Nota of worden aangevuld met onder meer de A1 en de A6-A7. Peijs en Dekker (VROM) kozen ervoor de triple-A gedachte dan maar te schrappen. Alle hoofd verbindingsassen tussen de steden en economische centra, zijn nu even belangrijk.

Ambitie OV
Erg kritisch waren de Tweede-Kamerleden bij de behandeling van de Nota Mobiliteit over het te laag geachte ambitieniveau voor het openbaar vervoer. Er was Kamerbrede steun voor een veel hogere groeiambitie. Een groei van slechts 1% per jaar kan echt niet: tot 2020 moet de inzet een groei van 40% zijn, zo bleek. Die groei kan wat hoger uitpakken in de stedelijke regio’s, maar ook in de meer landelijke gebieden moet groei het streven zijn. De Kamer vindt wel dat investeringen in het openbaar vervoer zinvol moeten zijn en voldoende rendabel. Er is meer geld nodig voor nieuwe ontwikkelingen als lightrail en ander hoogwaardig regionaal OV. Magneetzweefbanen zijn volgens de Kamer echter te duur. De minister zegde 100 miljoen extra toe voor 2006 voor lightrail in onder meer de Randstad en Noord-Brabant. Zij is zelfs bereid dit bedrag jaarlijks toe te voegen, indien daar ruimte voor is binnen het totale budget van 80,5 miljard uit de Nota. Hiermee komen minister en Kamer tegemoet aan de wensen van de provincies.

Geen files op het spoor
Over aanvullende middelen bovenop het budget uit de Nota wil Peijs geen toezeggingen doen, al wil zij wel graag meedelen uit de meevallers van het kabinet. Extra geld is ook nodig voor de aanleg van meer inhaalsporen en dubbelspoor op bepaalde trajecten. Dat is nodig om meer treinen te kunnen laten rijden en omdat er anders files op het spoor ontstaan. De Kamer onderstreepte ook nog eens het belang van goede aansluitingen van het hoofdspoor op regionaal openbaar vervoer en de facilitering voor andere vervoersmiddelen zoals de fiets. Eigenlijk zijn ook voor het regionaal openbaar vervoer netwerkanalyses nodig. Dat ontbreekt aan de visie op het regeionale OV in de Nota. Alle regio’s in het land moeten volgens de Kamer bereikbaar zijn over spoor. De Kamer pleitte zelfs voor een spoedwet spoorverbreding. Volgens Peijs is dat echter niet nodig, omdat de Tracéwet daar al in voorziet. Zij zegde toe met een Nota van wijziging te komen om een hoger ambitieniveau op te nemen in de Nota Mobiliteit.

Tariefvrijheid OV decentrale overheden
De Kamer wilde niet alleen voor meer geld voor de regio’s voor OV, maar benadrukte ook het belang van tariefvrijheid voor de decentrale overheden die verantwoordelijk zijn voor de aanbesteding van het OV. Spits en daltarieven zijn dan mogelijk, maar ook andere vormen van prijsbeleid. Ook dit was onderdeel van de inzet van de provincies. Verder pleitte de Kamer voor het realistisch omgaan met de algemeen onderschreven wens tot toegankelijk maken van het OV voor ouderen en gehandicapten. Dit is hard nodig, maar moet wel slim en effectief gebeuren, omdat de middelen goed en dus selectief besteed moeten worden. De netwerkanalyses kunnen hierbij helpen om te bepalen welke haltes wel en niet en welke eerst moeten worden aangepakt.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Interprovinciaal Overleg (IPO)