KNV: OV niet de dupe van hoge dieselprijs

Den Haag – De bedrijven in het openbaar vervoer mogen niet de dupe worden van de forse stijging van de dieselprijs. Dat zegt Roelf H. de Boer in zijn rede tijdens de jaarvergadering van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) op 16 november. Veel leden van de Tweede Kamer noemen de hoge energieprijs een ondernemersrisico dat moet worden afgedekt binnen het bedrijf. Hiermee maken zij een cruciale denkfout, vindt De Boer.

De openbaarvervoerbedrijven kunnen deze prijsverhogingen, die in het jaar 2005 neerkomen op 62 miljoen euro extra kosten, niet zelf doorberekenen aan de passagier. Het is ook onverstandig om de tarieven voor de gebruikers verder te verhogen, want goed en betaalbaar openbaar vervoer voor iedereen blijft het streven. Ook zijn er geen zogenaamde ‘brandstofclausules’ opgenomen in de contracten met de opdrachtgevers (provincies en gemeenten) die veranderingen in de energieprijzen zouden kunnen opvangen. De concessieverleners hebben namelijk de middelen vaak ook niet om
schommelingen te compenseren.

Hiermee zitten de openbaarvervoerbedrijven dus klem. Tenzij het kabinet besluit om de Brede Doeluitkering (BDU) éénmalig en geoormerkt te verhogen met 62 miljoen euro. Dit geld gaat naar de opdrachtgevers in het vervoer. Het ‘oormerk’ houdt in dat het alleen aangewend mag worden om de kwaliteit van het openbaar vervoer in stand te houden.
“Dit standpunt is geen preek voor eigen parochie,”aldus De Boer in zijn jaarrede. “Het is een pleidooi voor behoud van goed en betaalbaar openbaar vervoer voor de reiziger, de kiezer, voor iedereen.”

Daarnaast pleit hij voor een aanpassing van het niveau van de dieselaccijns aan het wettelijk toegestaan Europees minimum. Dat scheelt ruim 6 cent per liter en dat hebben onze goederenvervoerders, taxibedrijven, openbaarvervoerbedrijven en touringcarondernemers hard nodig om de ruim 1 miljard extra kosten voor diesel enigszins te kunnen goedmaken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV)