Reactie Limburg op Miljoenennota 2006

Maastricht – Hierbij de eerste reactie van het College van Gedeputeerde Staten van
Provincie Limburg en de Colleges van Burgemeester en Wethouders van
Maastricht, Sittard-Geleen, Heerlen en Venlo op de Miljoenennota en de
Rijksbegroting 2006.

Aan de Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Betreft: eerste reactie op de Miljoenennota en de Rijksbegroting 2006

Geachte dames en heren,

In de Miljoenennota 2006 geeft het kabinet een belangrijke impuls aan de Nederlandse economie. In lijn met het hoofdlijnenakkoord hebben innovatie en internationale concurrentiekracht een belangrijke plaats. Voor het bedrijfsleven wordt de administratieve lastendruk teruggebracht. Daarnaast investeert het kabinet in koopkrachtverbetering en het gezonder maken van sociaal kwetsbare situaties in Nederland. Investeringen moeten kansen bieden voor heel Nederland, in het bijzonder in kansrijke krachtige regio’s. Limburg wil kansen grijpen en met volle kracht voort op de ingeslagen weg om de economische toekomst van de provincie perspectief te bieden. Limburg wenst zich daarbij voldoende gesteund door het Rijk. Het is van belang voor de economische ontwikkeling van Limburg dat we kunnen delen in de extra middelen in het kader van de Rijksbegroting.

In aanloop tot de algemene beschouwingen brengen wij hierbij onze belangrijkste onderwerpen onder uw aandacht.

Toekomstperspectief economie Limburg
Het Kabinet zet stevig in op innovatie, het stimuleren van de kenniseconomie, duurzaamheid en de ontwikkeling van nieuwe energie. De focus van het Rijk in het kader van de Lissabonstrategie ligt op het benutten van de economische kansen van nationaal belang, waarbij sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, decentrale overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De Limburgse overheden, het Limburgse bedrijfsleven en de Limburgse kennisinstellingen hebben de handschoen opgepakt en de afgelopen jaren een forse inspanning geleverd om deze verantwoordelijkheid in te vullen.

De doorontwikkeling van Zuidoost Nederland tot een technologische topregio is een feit, en heeft een landelijke voorbeeldfunctie. De Limburgse regionale partijen hebben op initiatief van de Provincie hun krachten gebundeld en samen een Versnellingsagenda opgesteld. Deze dynamische Versnellingsagenda is een visie op de economische toekomst in Limburg waarbij majeure projecten versneld worden uitgevoerd. Na de presentatie van de definitieve Versnellingsagenda in oktober willen wij aan de slag om dit samenwerkingsprogramma om te zetten in concrete activiteiten. Wij vinden dat dit een verantwoordelijkheid is van regio en Rijk.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en partners in de regio is ook van belang voor gebiedsgericht werken. De instelling van een rijksontwikkelingsbedrijf zien wij als een positieve ontwikkeling, die de mogelijkheden vergroot van actieve participatie van het Rijk in voor rijk en regio cruciale gebiedsontwikkeling. Wij denken dan bijvoorbeeld aan Greenport Venlo.
Economische (gebieds-)ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met goede infrastructurele ontsluiting van de regio. De fijnstofproblematiek dreigt een aantal belangrijke projecten te frustreren. Wij dringen er op aan om de verbreding van de A2 tussen Maasbracht en Geleen -conform de mogelijkheden die de commissie Nouwen hiervoor ziet – versneld uit te voeren en om – conform afspraak – de A74 in 2007 te realiseren. Dit vraagt voortvarende besluitvorming van het Rijk.

Onroerend zaak belasting (ozb)
De budgettaire gevolgen van het wetsvoorstel OZB zijn een belangrijke aandachtspunt. Zoals het er nu uitziet worden Limburgse gemeenten door de afschaffing van het gebruikersdeel OZB zwaar getroffen. Alle Limburgse gemeenten bij elkaar verliezen structureel uiteindelijk 9,6 miljoen euro. Afgezet tegen een landelijk nadeel van in totaal 36,3 miljoen euro, zijn de budgettaire gevolgen voor meerdere provincies onaanvaardbaar groot. Het wetsvoorstel beperkt in ernstige mate de mogelijkheid van gemeenten om lusten en lasten van beleid af te wegen en een echte invulling te geven aan het begrip autonomie.

Wet werk en bijstand (Wwb)
Voor grote Limburgse gemeenten die voor de komst van de Wwb al een flinke slag hadden gemaakt met de uitstroom van uitkeringgerechtigden uit de bijstand leidt de verdelingssystematiek van de bijstandsuitgaven tot onredelijke uitkomsten. In feite worden zij financieel gestraft voor hun voortvarende aanpak en komen hierdoor nu miljoenen tekort op hun bijstandsbudget. Wij pleiten derhalve voor een snelle aanpassing van de verdeelsystematiek waarbij gemeenten die meer dan gemiddeld effectief en efficient met hun budget omgaan ook daadwerkelijk worden beloond. De gemeenten, die aan zet zijn bij het initiëren van de sociale innovatie, mogen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.

Jeugdzorg
Om het hoofd te bieden aan de stijgende wachtlijsten stelt het kabinet 40 miljoen extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Uitgangspunt moet zijn dat jeugdzorg wordt geboden daar waar nodig. In Limburg is enkele jaren geleden met succes de aanval op de wachtlijsten ingezet. Als gevolg van onder meer verstedelijking en de sterke toename van het aantal ondertoezichtstellingen en voogdijzaken nemen de wachtlijsten fors toe. Op grond van deze zorgvraag heeft Limburg dringend behoefte aan extra steun van het Rijk. Verdeling van de extra middelen heeft in het verleden plaatsgevonden op basis van het aantal kinderen uit éénoudergezinnen en het aantal in een provincie aanwezige allochtone minderjarigen. Daarnaast speelde mee dat provincies met weinig residentiële plaatsen vaak meer middelen ontvingen.

Afgezien van het feit dat Limburg allang geen koploper meer is met het aantal residentiële plaatsen zijn wij van mening dat naast bovengenoemde factoren ook andere elementen als provinciale armoede en werkloosheid meegewogen moeten worden, kortom de feitelijke aantallen. Wij dringen er op aan dat laatstgenoemde factoren expliciet meegenomen worden bij verdeling van de extra jeugdzorgmiddelen. Het is immers noodzakelijk dat Limburg -in tegenstelling tot de verdeelslag voor de periode 2002-2005- zal delen in de extra middelen voor de aanpak van de wachtlijsten.

Monumentenzorg
Voor het wegwerken van de restauratieachterstanden in de monumentenzorg stelt het kabinet 100 miljoen beschikbaar. Wij juichen dit toe: bescherming van het cultureel erfgoed staat hoog in ons vaandel. Limburg telt na de provincies Noord- en Zuid-Holland het grootste aantal rijksmonumenten. Daarnaast behoort Limburg met 480 kerken en 135 kastelen en landhuizen tot de Nederlandse top drie wat betreft grote rijksmonumenten. Voor een groot aantal van deze rijksmonumenten ontbreekt de rijkssubsidie voor restauratie. Om deze monumenten weer in een goede staat van onderhoud te brengen is minimaal 35 miljoen euro aan rijkssubsidie nodig. Gelet op het grote aantal rijksmonumenten en met name het verhoudingsgewijs hoge aantal kerkelijke gebouwen, kastelen en landhuizen in onze provincie, vragen wij een fair share: een bedrag van minimaal 15 miljoen euro uit de extra middelen aan te wenden voor het wegwerken van de restauratieachterstand in onze provincie.

Centrale politieorganisatie
Limburg vraagt harde garanties dat bij de voorgenomen plannen tot centralisatie van de politieorganisatie meer aandacht is voor lokale en regionale veiligheidsproblemen. De bijzondere Limburgse situatie met grensoverschrijdende aanpak van criminaliteit en grensoverschrijdende samenwerking vraagt regionale aansturing. Wij gaan er vanuit dat de versterking van het regionaal veiligheidsbestuur meer ruimte geeft voor deze euregionale aspecten.

Tot slot
Wat ons betreft staan de komende periode alle overheidsinspanningen, zowel centraal als decentraal, in het teken van de vooruitgang. Limburg wil een forse bijdrage leveren. Wij vragen steun van de Rijksoverheid om onze ambities waar te maken.

Het College van Gedeputeerde Staten van Provincie Limburg
en
de Colleges van Burgemeester en Wethouders van Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en Venlo

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Limburg