CPB: beprijzen van het wegverkeer loont

Den Haag – Het beprijzen van wegverkeer kan belangrijke maatschappelijke baten opleveren. De sleutel voor succes ligt bij de vormgeving. Een gedifferentieerde aanpak, waarbij tarieven worden afgestemd op de aard en omvang van de files, is de meest efficiënte vorm van prijsbeleid. Een zeer efficiënte bredere strategie bestaat uit combinaties van weguitbreidingen op plaatsen waar dit tegen redelijke kosten kan en prijsbeleid waar weguitbreiding zeer kostbaar is (financieel of landschappelijk). Tegenover alle voordelen van prijsbeleid staan wel uitvoeringskosten en uiteenlopende inkomenseffecten voor groepen burgers en bedrijven.

Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) op basis van een onderzoek naar de economische effecten van tien verschillende vormen van prijsbeleid voor het wegverkeer, ook wel ‘rekening rijden’genoemd. Het CPB heeft dit onderzoek uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De analyse dient ter ondersteuning van de gedachtevorming binnen het Nationaal Platform Anders Betalen voor Mobiliteit (ABvM). Ook kan het ministerie gebruik maken van de resultaten bij de verdere uitwerking van de Nota Mobiliteit (PKB deel III).

Er zijn veel verschillende vormen van prijsbeleid voor het wegverkeer mogelijk. Ze kunnen globaal in twee groepen worden ingedeeld: specifieke heffingen en vlakke heffingen. Specifieke heffingen gelden op een beperkt aantal plaatsen en tijdstippen. Vlakke heffingen gelden voor elke gereden kilometer.

Bij de specifieke heffingen kan het gaan om congestieheffingen. Congestieheffingen zijn heffingen van bijvoorbeeld 10 eurocent per kilometer op die delen van het snelwegennet waar het verkeer zonder de heffing vaak vast zou staan in de spits. De heffing kan ook worden toegespitst op de toegang tot de grote steden. Dit systeem is bijvoorbeeld ingevoerd in Londen, waar automobilisten die de stad binnenrijden, 7,50 euro per dag moeten betalen. Tolheffing is meestal een instrument om gebruikers te laten meebetalen aan de aanlegkosten van nieuwe wegen.

Bij de vlakke heffingen betalen automobilisten een bedrag van bijvoorbeeld gemiddeld 6 eurocent per kilometer voor elke gereden kilometer. De opbrengst wordt gebruikt om de Motorrijtuigenbelasting (MRB) en de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) geheel of gedeeltelijk af te schaffen. Omdat de MRB en BPM verschillen voor de diverse soorten auto’s, wordt ook de vlakke heffing gedifferentieerd. Voor zware dieselauto’s gaat dan bijvoorbeeld een tarief van 10 eurocent per kilometer gelden, tegenover 1,5 eurocent per kilometer voor de lichtste categorie benzineauto’s.

Het blijkt dat specifieke heffingen, mits goed vormgegeven, een grote bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de congestie. Zo kunnen congestieheffingen op de snelwegen er voor zorgen dat er op werkdagen 35% Ã 55% minder files zijn dan zonder heffingen. Dit type heffingen doet het verkeer niet zozeer afnemen, het ‘selecteert’ het verkeer. Het verkeer dat weinig moeite heeft met uitwijken naar andere tijdstippen en andere routes, zal ook uitwijken. Het verkeer dat weinig moeite heeft met het betalen van de heffing, profiteert van de opengevallen ruimte. De maatschappelijke winst die daardoor ontstaat, kan oplopen tot meer dan 20 miljard euro.

Vooral het bedrijfsleven heeft er baat bij. Voor een doorsnee bedrijf gaat het om een winst van 125 tot 150 euro per werknemer per jaar. Voor bedrijven die veel op de weg zitten, zoals transportbedrijven en bouwbedrijven, loopt de winst op tot 500 Ã 1000 euro per werknemer per jaar.

www.cpb.nl

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Centraal Planbureau