Partijen geven standpunt over realisatie de Kier

Den Haag – Op 6 mei 2004 is overleg geweest tussen de projectorganisatie Realisatie de Kier onder leiding van gedeputeerde H.M.C. (Lenie) Dwarshuis-van de Beek met waterschappen, waterbedrijven, gemeenten, landbouw- en natuurorganisaties en beroepsvissers over de uitvoering van het Kierbesluit. Tijdens deze bijeenkomst hebben de partijen hun standpunt verwoordt waarbij met name waterschappen en landbouworganisaties hun zorg over de zoetwatervoorziening uitspraken. De natuurorganisaties onderstreepten het belang van de uitvoering van het Kierbesluit als stap in de ontwikkeling naar een duurzamere Delta.

Het Rijk heeft € 35 miljoen euro voor de realisatie van de Haringvlietsluizen op een kier beschikbaar gesteld. Enkelen twijfelden over de toereikendheid hiervan om de nadelen te kunnen compenseren. Gedeputeerde Lenie Dwarshuis: “Volgens onze berekeningen zou het Kierbesluit voor dit bedrag uitgevoerd moeten kunnen worden. De komende tijd moeten we inzichtelijk maken hoe het besluit voor dit budget kan worden uitgevoerd.” Tot slot is tijdens de bijeenkomst benadrukt dat de Kier niet op zichzelf staat, maar onderdeel uitmaakt van beleid dat streeft naar een natuurlijkere Delta.

In het derde kwartaal van 2004 nemen de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een besluit over de manier waarop de Haringvlietsluizen open gaan en per wanneer. Het Kierproject is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Verkeer en Waterstaat. De provincie Zuid-Holland is trekker van het Kierproject.

Haringvlietsluizen op een kier
Bij de Kier gaan de Haringvlietsluizen beperkt open bij zowel eb als vloed. Een gedeelte van het Haringvliet wordt hierdoor brak. Het zout mag echter niet verder komen dan de denkbeeldige lijn Middelharnis-monding Spui. Om de inname voor zoet water voor landbouw- en drinkwater niet in gevaar te brengen, worden vier innamepunten verplaatst naar het oosten. In extreem droge perioden zoals afgelopen zomer gaan de sluizen dicht bij lage rivierafvoeren en worden bediend volgens het huidige programma. Om te zorgen dat er geen zouttong achter blijft op het Haringvliet, wordt er voor sluiting van de sluizen bij eb gespuid. Door de beperkte opening van de sluizen keert het getij niet terug. Het besluit om de Haringvlietsluizen op een kier te zetten, heeft geen gevolgen voor de veiligheid. De Haringvlietsluizen vormen een primaire waterkering en wordt ook als zodanig beheerd. Ook bij de Kier: veiligheid voorop.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Zuid-Holland