Doelen Energieakkoord binnen bereik

CO2 uitstoot verder beperkt

Alle doelen zoals in het Energieakkoord zijn afgesproken, zijn binnen bereik. Deze conclusie trekt de voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord namens de 47 ondertekenaars in de Voortgangsrapportage van het Energieakkoord. In de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 die in oktober is gepresenteerd door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werd nog verwacht dat twee doelen niet gehaald zouden worden. Door extra afspraken tussen de Energieakkoord-partijen zijn ook deze doelen haalbaar.

Door het behalen van de doelen wordt ook een belangrijke stap gezet in het verminderen van de CO2-uitstoot in Nederland. Dit schrijft minister Kamp mede namens minister Blok van Wonen en Rijksdienst en staatsecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu vrijdag 23-12-2016 aan de Tweede Kamer.

Urgenda-vonnis
Door het behalen van alle doelen uit het Energieakkoord wordt ruim vier miljoen ton minder CO2 uitgestoten dan in de NEV 2016 werd voorzien. De broeikasgasreductie in Nederland in het jaar 2020 neemt toe tot 25% ten opzichte van het jaar 1990, waarmee wordt voldaan aan het Urgenda-vonnis. De CO2-uitstoot kan nog verder worden gereduceerd indien het demonstratieproject met CO2-afvang en opslag in de Rotterdamse haven wordt gerealiseerd. Ook het in november afgesproken pakket met maatregelen voor fosfaatreductie in de melkveehouderij zal leiden tot extra broeikasgasreductie. Bij de NEV 2017 zal worden bezien of we nog steeds op koers liggen met de broeikasgasreductie. Mocht dit niet het geval zijn dan zal het kabinet aanvullende maatregelen treffen, waarbij ook sluiting van een kolencentrale in beeld komt. De scenario’s met betrekking tot de kolencentrales die voor het einde van dit jaar waren toegezegd, zullen in de loop van januari naar de Kamer worden gestuurd.

Aandeel hernieuwbare energie wordt gehaald
Het doel van 14% hernieuwbare energie in 2020 wordt onder andere gehaald doordat alle betrokken partijen, waaronder provincies, hebben herbevestigd de afgesproken 6.000 MW wind op land in 2020 te zullen realiseren. De Energieakkoord-partijen hebben daarnaast vertrouwen in maatregelen die minister Kamp al eerder nam en die nog niet in de NEV 2016 zijn verwerkt. Voorbeelden hiervan zijn de beoogde bouw van 1.000 monomestvergisters in 2020 die het mogelijk maken mest om te zetten in biogas, het stimuleren van geothermie en de verdere optimalisatie van de stimuleringsmaatregelen voor duurzame energie ( SDE+) en de kleinschalige hernieuwbare warmteopties (ISDE-regeling).

Energiebesparing voor industrie en gebouwde omgeving
Voor de doelstelling van een totale energiebesparing van 100 PJ in 2020 is in het Energieakkoord afgesproken dat de energie-intensieve industrie hiervan 9 PJ voor zijn rekening neemt. Uit de Voortgangsrapportage blijkt dat deze besparing niet gehaald wordt op basis van vrijwillige maatregelen. Sinds het afsluiten van het Energieakkoord zijn er weliswaar vorderingen gemaakt maar deze zijn te beperkt om de afgesproken 9 PJ te realiseren. Zoals minister Kamp in april heeft aangekondigd zal daarom met ingang van 1 januari 2018 een verplichting tot energiebesparing voor de energie-intensieve industrie worden ingevoerd. Hiermee wordt de afgesproken 9 PJ energiebesparing gehaald.

Extra maatregelen om energiebesparing in huizen en gebouwen te bereiken
De huizen van woningbouwcorporaties moeten over enkele jaren energielabel C of beter hebben. Dit komt in de wet te staan. Daarnaast zal het kabinet met energieleveranciers, installateurs en netbeheerders een convenant afsluiten. Daarin staat dat de bedrijven diensten en producten moeten aanbieden aan huishoudens en kleinzakelijke gebruikers die extra energiebesparing opleveren. De verplichting voor huurwoningen en het convenant leiden tot 15 PJ extra energiebesparing, waardoor het doel van 100 PJ binnen bereik komt.

Documenten
Kamerbrief over Voortgangsrapportage Energieakkoord 2016 en uitvoering Urgenda-vonnis

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat