Doelen Energieakkoord binnen bereik

Uit de evaluatie van het Energieakkoord blijkt dat de aanpak van het akkoord een succes is: het Energieakkoord heeft bijgedragen aan een versnelling van de energietransitie. De Nationale Energieverkenning 2016 (NEV) laat zien dat het doel uit het Energieakkoord van 16% hernieuwbare energie in 2023 binnen bereik is. Ook ligt het energiebesparingstempo de komende jaren op de in het Energieakkoord afgesproken 1,5% per jaar en worden er in de periode tussen 2014 en 2020 90.000 arbeidsjaren gerealiseerd.

De NEV 2016 geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse energievoorziening en in het bijzonder inzicht in de voortgang richting de doelen van het Energieakkoord. De NEV is opgesteld door het Energieonderzoek Centrum Nederland ( ECN) samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Met de milieuorganisaties, het bedrijfsleven en andere overheden is in april jl. een intensiveringspakket overeengekomen. In de NEV 2016 is het effect van alle maatregelen van dit pakket nog niet verwerkt, zo constateert het ECN. Worden deze intensiveringsmaatregelen meegerekend, dan is de verwachting dat ook de doelen van 14% hernieuwbare energie in 2020 en 100 PJ extra energiebesparing in 2020 binnen bereik zijn.

Uit de NEV 2016 blijkt tevens dat er de komende jaren minder CO2 wordt uitgestoten dan in eerdere edities van de NEV werd verwacht. De broeikasgasreductie in 2020 wordt ingeschat op 23% ten opzichte van 1990, met een bandbreedte van 20%-26%.

Minister Kamp: ‘Met het Energieakkoord uit 2013 heeft het kabinet, met bijdragen van alle betrokken maatschappelijke partijen, een belangrijke stap in de energietransitie willen zetten. De evaluatie toont aan dat die opzet geslaagd is. Uit de evaluatie van het Energieakkoord blijkt dat het zeer aannemelijk is dat door het Energieakkoord resultaten zijn bereikt die anders niet of later bereikt zouden zijn, en de doelen met de gekozen aanpak gehaald kunnen worden. Dat succes blijkt ook uit de Nationale Energieverkenning.’

Versnelling groei hernieuwbare energie verwacht
De energietransitie is een feit: steeds meer daken zijn voorzien van zonnepanelen, in alle sectoren van de economie wordt energie bespaard en de komende jaren worden in Nederland de vijf grootste windparken ter wereld op zee gebouwd. Er wordt een versnelling van de groei van het aandeel hernieuwbare energie verwacht: van 5,8% in 2015 naar 16% in 2023.

Voor de doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020 is het behalen van de 6.000 MW wind op land van groot belang. In de NEV wordt ervan uitgegaan dat ruim 5.000 MW wind op land in 2020 wordt gehaald, terwijl de meest recente Monitor Wind op Land al uitgaat van ruim 5.200 MW. Om de doelstelling van 6.000 MW wind op land te halen heeft het kabinet met de provincies en alle andere betrokken partijen een gezamenlijk actieplan opgesteld op basis waarvan dit doel in 2020 gehaald kan worden. Daarnaast is nog een aantal maatregelen genomen waarvan de effecten niet in zijn geheel konden worden meegenomen in de NEV. Zo komt er een aparte openstelling binnen de SDE+ om monomestvergisting op boerderijschaal versneld van de grond te krijgen, wordt er met verschillende acties ingezet op stimulering van geothermie en zal de ISDE-regeling voor kleinschalige hernieuwbare warmteprojecten bij burgers en bedrijven samen met de sector extra onder de aandacht worden gebracht. ‘Wanneer alle effecten van de maatregelen, ook die uit het intensiveringspakket, meegenomen worden, heb ik er met de andere partijen in het Energieakkoord vertrouwen in dat alle doelen voor 2020 en 2023 gehaald worden’, aldus minister Kamp.

Als het gaat om het behalen van het doel van 100 PJ extra energiebesparing in 2020 zijn in de NEV 2016 de twee belangrijkste afspraken uit het intensiveringspakket nog niet verwerkt, namelijk de besparingsverplichting in de gebouwde omgeving en de aanpak om 9 PJ energiebesparing in de energie-intensieve industrie te realiseren. De uitwerking van de maatregelen zal de komende periode met de Energieakkoord-partners worden besproken, waarna hierover met de partners in het Energieakkoord een besluit genomen zal worden. De voorzitter van de Borgingscommissie zal hierover voor het einde van het jaar rapporteren in zijn Voortgangsrapportage.

Stimuleringsmaatregel Energietransitiefaciliteit
Om een extra versnelling te geven aan de ambities van het Energieakkoord wordt de zogenaamde Energietransitie financieringsfaciliteit (ETFF) in het leven geroepen. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), die de regeling in samenwerking met het Nederlands Investeringsagentschap (NIA) openstelt, verschaft – in eerste instantie – €100 miljoen via achtergestelde leningen. Het gaat bij de ETFF om projecten in alle facetten van de energietransitie, zoals geothermie, energiebesparing, energieopslag en biomassa. Het ministerie van Economische Zaken geeft een gedeeltelijke garantie aan de ETFF en de Europese Investeringsbank heeft de intentie uitgesproken, in het kader van EFSI (de Junckermiddelen), om al bij de openstelling de ETFF via cofinanciering te verdubbelen.

Reductie CO2 uitstoot
Uit de NEV 2016 blijkt ook dat het terugdringen van de uitstoot van CO2 richting 2020 sneller gaat dan eerder werd ingeschat. In de NEV 2015 werd uitgegaan van 19% minder CO2-uitstoot in 2020 ten opzichte van 1990. In de NEV 2016 is deze verwachting bijgesteld naar 23% minder uitstoot dan in 1990, met een bandbreedte van 20-26%. De realisatie van 25% CO2 reductie ten opzichte van 1990 in het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis komt dichterbij. De nieuwe cijfers uit de NEV 2016 zullen meegenomen worden bij de uitwerking van de invulling van het vonnis, waarover het kabinet de Kamer voor eind november zal informeren.

Documenten
Kamerbrief Evaluatie Energieakkoord en Nationale Energieverkenning 2016

Evaluatie Energieakkoord voor duurzame groei

Nationale Energieverkenning 2016

Toetsingskader Risicoregelingen

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat