Ponton met brugliggers bij aanleg tweede Hollandse Brug. Foto: Rijkswaterstaat

Hebo hoeft schade aan betonnen brugliggers niet te vergoeden

Hebo Maritiemservice draait niet op voor de schade die tijdens een transport aan vijf betonnen brugliggers ontstond. Het bedrijf wees tijdens de rechtszaak met succes op de eigen algemene voorwaarden.

De liggers waren vervaardigd door betonfabriek Spanbeton in het Gelderse Huissen. Die had Hebo opdracht gegeven de liggers naar de Hollandse Brug te vervoeren. Tijdens het transport ging het mis. De ponton waarmee ze werden getransporteerd knikte, waardoor vier van de vijf 51 meter lange liggers – samen 575 ton – schade opliepen. Spanbeton deed een beroep op de verzekering, die een deel van de schade uitkeerde. De vier verzekeraars wilden de schade op Hebo verhalen. Het ging om een bedrag van 213.000 euro.

Niet aansprakelijk

Hebo verwees naar de algemene voorwaarden, die het bedrijf in dit geval zouden moeten vrijwaren. Na bestudering van de opdrachtovereenkomst oordeelde de rechter dat hier inderdaad sprake was van een vervoersovereenkomst waarop de algemene voorwaarden van Hebo van toepassing zijn. In deze voorwaarden staat onder meer: “Alle werkzaamheden, diensten en verkoop en levering van zaken door Hebo geschieden voor rekening en risico van wederpartij.” En in het volgende artikel: “Hebo is, onverlet de bepalingen van dwingend recht, niet aansprakelijk voor enige schade, tenzij de door wederpartij geleden schade het gevolg is van opzet of grove schuld van Hebo of haar ondergeschikten.”

Met een beroep op dit exonoratiebeding (de bepaling om schuld te beperken) kon Hebo de claim van de verzekeraars afweren. Dat gold ook voor een claim van Spanbeton. Die probeerde het deel van de schade dat de verzekering niet had vergoed – ruim 84.000 euro – alsnog door Hebo betaald te krijgen. Ook daar ging de rechter niet in mee.

Schade aan ponton wel vergoeden

Hebo moet wel een schadevergoeding van ruim 30.000 euro betalen aan de verhuurder van de ponton Datrans 17 (55 x 11,40 meter, 826 ton) die tijdens het transport was geknikt. Hier is volgens de rechtbank sprake van een ander soort overeenkomst, namelijk rompbevrachting. Dan geldt dat de rompbevrachter (in dit geval Hebo) de exploitatie overneemt en daarmee ook alleen verantwoordelijk is. De rechter vindt dat Hebo een sterkte- of stabiliteitsberekening had moeten maken, alvorens de ponton te beladen. Dat was niet gebeurd. Tijdens de rechtszaak vroeg de verhuurder om vergoeding van de 42 dagen die de ponton noodgedwongen buiten gebruik was geweest (tijdverlet) en de niet-vergoede expertisekosten. Beide kreeg hij toegewezen. De daadwerkelijke schade aan de ponton had de verhuurder al bij zijn verzekering kunnen indienen.

Bron: Schuttevaer.nl

Onderwerpen:

Auteur: Redactie Infrasite

Hebo hoeft schade aan betonnen brugliggers niet te vergoeden | Infrasite
Ponton met brugliggers bij aanleg tweede Hollandse Brug. Foto: Rijkswaterstaat

Hebo hoeft schade aan betonnen brugliggers niet te vergoeden

Hebo Maritiemservice draait niet op voor de schade die tijdens een transport aan vijf betonnen brugliggers ontstond. Het bedrijf wees tijdens de rechtszaak met succes op de eigen algemene voorwaarden.

De liggers waren vervaardigd door betonfabriek Spanbeton in het Gelderse Huissen. Die had Hebo opdracht gegeven de liggers naar de Hollandse Brug te vervoeren. Tijdens het transport ging het mis. De ponton waarmee ze werden getransporteerd knikte, waardoor vier van de vijf 51 meter lange liggers – samen 575 ton – schade opliepen. Spanbeton deed een beroep op de verzekering, die een deel van de schade uitkeerde. De vier verzekeraars wilden de schade op Hebo verhalen. Het ging om een bedrag van 213.000 euro.

Niet aansprakelijk

Hebo verwees naar de algemene voorwaarden, die het bedrijf in dit geval zouden moeten vrijwaren. Na bestudering van de opdrachtovereenkomst oordeelde de rechter dat hier inderdaad sprake was van een vervoersovereenkomst waarop de algemene voorwaarden van Hebo van toepassing zijn. In deze voorwaarden staat onder meer: “Alle werkzaamheden, diensten en verkoop en levering van zaken door Hebo geschieden voor rekening en risico van wederpartij.” En in het volgende artikel: “Hebo is, onverlet de bepalingen van dwingend recht, niet aansprakelijk voor enige schade, tenzij de door wederpartij geleden schade het gevolg is van opzet of grove schuld van Hebo of haar ondergeschikten.”

Met een beroep op dit exonoratiebeding (de bepaling om schuld te beperken) kon Hebo de claim van de verzekeraars afweren. Dat gold ook voor een claim van Spanbeton. Die probeerde het deel van de schade dat de verzekering niet had vergoed – ruim 84.000 euro – alsnog door Hebo betaald te krijgen. Ook daar ging de rechter niet in mee.

Schade aan ponton wel vergoeden

Hebo moet wel een schadevergoeding van ruim 30.000 euro betalen aan de verhuurder van de ponton Datrans 17 (55 x 11,40 meter, 826 ton) die tijdens het transport was geknikt. Hier is volgens de rechtbank sprake van een ander soort overeenkomst, namelijk rompbevrachting. Dan geldt dat de rompbevrachter (in dit geval Hebo) de exploitatie overneemt en daarmee ook alleen verantwoordelijk is. De rechter vindt dat Hebo een sterkte- of stabiliteitsberekening had moeten maken, alvorens de ponton te beladen. Dat was niet gebeurd. Tijdens de rechtszaak vroeg de verhuurder om vergoeding van de 42 dagen die de ponton noodgedwongen buiten gebruik was geweest (tijdverlet) en de niet-vergoede expertisekosten. Beide kreeg hij toegewezen. De daadwerkelijke schade aan de ponton had de verhuurder al bij zijn verzekering kunnen indienen.

Bron: Schuttevaer.nl

Onderwerpen:

Auteur: Redactie Infrasite