Rijnlandroute. Foto: ANP / Irvin van Hemert

Noodlijdende GWW-sector gebaat bij versnelling projecten en procedures

De GWW-markt had al zwaar te lijden onder de problemen die veroorzaakt worden door stikstof en PFAS. De gevolgen van de corona-uitbraak komen daar nog eens bovenop. Dit jaar zal de GWW-markt daardoor zo’n 5,5 procent krimpen en in 2021 zelfs 8 procent, zo verwacht het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een onderzoek in opdracht van Bouwend Nederland.

In het rapport ‘GWW-markt in crisistijd’ schetst het EIB mogelijkheden om met gericht beleid de sector te stimuleren in deze onzekere periode, waarin opdrachtgevers hun onderhoudsprojecten uitstellen of aanpassen. Om lessen te kunnen leren uit het verleden, heeft het EIB een reconstructie gemaakt van de ontwikkelingen die de sector doormaakte tijdens de kredietcrisis in 2008 en 2009 en de eurocrisis in 2012 en 2013. Tijdens de kredietcrisis werd de sector sterk geholpen door een stimuleringspakket van de overheid. Tijdens de eurocrisis profiteerde de sector daar niet meer van omdat de maatregelen terugliepen en overheden aan strengere eisen moesten voldoen om hun begrotingen op orde te houden.

Kleine projecten

Om de sector aan te jagen en de werkgelegenheid te behouden ziet het EIB twee mogelijke oplossingsrichtingen voor beleid. Allereerst zouden kleinere projecten versneld uitgevoerd kunnen worden omdat dat relatief eenvoudig en makkelijk kan zonder lange procedures. Hieronder vallen ook nadrukkelijk onderhoudswerkzaamheden binnen lopende contracten. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld werk naar voren halen, zoals onderhoud aan wegen of riolering. Om die extra projecten te kunnen financieren zou er een tijdelijk crisisfonds ingesteld kunnen worden dat vooral soelaas kan bieden voor decentrale overheden.

Een andere oplossing waar de GWW-sector baat bij zou hebben is het versnellen van besluitvorming en procedures. Nu duurt het volgens het EIB soms inclusief alle voorbereidingen wel vijftien jaar voordat grote infraprojecten gerealiseerd zijn. Knelpunten die ontstaan door onder meer de problemen met stikstof en PFAS leiden al gauw tot lange vertragingen en overschrijdingen van de kosten.

Dat versnellen volgens het EIB niet eenvoudig is, laat de Crisis- en Herstelwet zien die ingevoerd is na de kredietcrisis. Projecten werden maar sporadisch sneller opgeleverd omdat er tegelijkertijd nieuwe eisen en wensen ontstonden die de doorloopwinst weer teniet deden. “Dit type maatregelen biedt vooral mogelijkheden om wat verder in de tijd liggende projecten naar voren te halen en draagt daarom ook bij aan continuïteit op de markt”, aldus de onderzoekers.

Vroegtijdig samenwerken

Zowel bij het versneld uitvoeren van projecten als het versnellen van procedures is het belangrijk dat overheden en marktpartijen intensief en al vroegtijdig samenwerken om bijvoorbeeld risico’s bij projecten beter te kunnen inschatten. Een goed voorbeeld is volgens het EIB de Spoedwet Wegverbreding: een programma voor het versneld uitvoeren van spitsstroken van Rijkswaterstaat, dat samen met de markt is uitgewerkt tot een werkbaar pakket.

Eerder dit jaar onderzocht het EIB al wat het effect zou kunnen zijn van stimuleringsmaatregelen. Uit die inventarisatie bleek dat voor 2020 bijna 200 miljoen euro aan extra productie voor de gww-sector gegenereerd kan worden. Voor 2021 en 2022 zou de extra productie op kunnen lopen tot bijna 500 miljoen euro.

Onderwerpen: ,

Auteur: Redactie Infrasite