RWS PIM zet 2 prestatiecontracten in de markt

Rotterdam – Na enig uitstel gaat in oktober 2007 de aanbestedingsprocedure van het natte groeicontract in de pilot Netwerkgeorienteerd Inkopen van start. Het artikel ‘Leren van twee contracten in natte pilot’ gaat in op de betekenis van de aanbesteding voor Rijkswaterstaat.

Leren van twee contracten in natte pilot
Rijkswaterstaat wil in 2010 het eerste natte service provider contract afsluiten met het bedrijfsleven. De weg daar naartoe loopt via twee contracten: één voor civiele werken en één voor elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties (E+W).

Het werk betreft het beheer en onderhoud aan de 45 kilometerlange vaarroute Hansweert – Krammersluizen, een pilot binnen PIM. Eind september heeft Rijkswaterstaat het prestatiecontract voor ‘civiel’ op de markt gezet en per 1 oktober het groeicontract voor E+W.

Rijkswaterstaat en de markt zullen met beide contracten ervaring opdoen. De contracten groeien naast elkaar, terwijl Rijkswaterstaat de strategische samenhang bewaakt. De leerperiode moet voldoende ervaring brengen om in te stappen in het service provider contract, waarin E, W en Civiel samenkomen. ‘De leerervaringen vormen de basis van dat contract’, zegt Wim Koops, projectmanager RWS Zeeland.

Variabel onderhoud erbij
Rijkswaterstaat kan de contracten niet in één klap samenvoegen. Afkopen van contracten doen we niet’, meldt Wim Koops. ‘Bovendien gaat het civiele contract over alle vaarwegen van het district Zeeuwse Delta en niet alleen over de vaarweg Hansweert tot Krammersluizen, zoals bij het groeicontract E+W. Overigens kan het civiele contract nog toenemen in omvang.’

Beide contracten krijgen er een groot en substantieel deel variabel onderhoud bij, vooral achterstallig onderhoud aan sluizen en oevers. Dit komt voort uit de zogeheten impulsprojecten, die Rijkswaterstaat Zeeland niet apart uitvoert maar in de twee contracten integreert. Dit past goed in de filosofie van de contracten en het maakt ze uitdagender en financieel aantrekkelijker voor de aannemer.

Contractbeheersing

Wim Koops werkt de komende twee-en-een-half jaar het liefst met gespecialiseerde aannemers. Civiel met een civiele aannemer, en E+W met een E+W-aannemer. Ook verwacht hij belangstelling van gespecialiseerde ingenieursbureaus. ‘We willen met deskundige mensen de best mogelijke ervaring opdoen. Op basis daarvan kunnen we het beste werk uitvoeren én ook de beste contracten opstellen.’

Als Rijkswaterstaat met één aannemer beide contracten afsluit, dan kan de aannemer intern makkelijk(er) alle werkzaamheden afstemmen. Voor Rijkswaterstaat wordt de contractbeheersing eenvoudiger. De organisatie kan haar personeel dan efficiënter inzetten. ‘Maar met verschillende aannemers zal het leereffect ongetwijfeld groter zijn’, meent Wim Koops. ‘Leren of efficiencywinst, een lastige keuze.’

Integratie

Integreren van aanleg en onderhoud is een van de doelen van het service provider contract. ’De afweging om iets aan te leggen zal zorgvuldiger worden’, verwacht Wim Koops. ‘Omdat je onderhoud erbij betrekt. Die afweging maken Rijkswaterstaat en aannemer samen.’

De aannemerij kan zich tactisch voorbereiden nu zij weet dat civiel en het groeicontract E+W in 2010 worden samengevoegd. Wim Koops: ‘De contracten zijn nu al aantrekkelijk, maar nog disciplinair en hoofdzakelijk objectgericht. Het service provider contract wordt nog aantrekkelijker. Dan gaat het om sturing, integrale verantwoordelijkheid en samenwerking op het hoogste niveau, namelijk voor de doorstroming van de hele vaarweg.’

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Partnerprogramma Infrastructuur Management (PIM)