Bescherming voor kustplaatsen

Den Haag – De ministerraad heeft op 20 januari 2006 ingestemd met een voorstel van staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van Verkeer en Waterstaat om het beschermingsniveau in bestaande buitendijkse woongebieden aan de kust op het huidige niveau te houden. Het kabinet wil hiermee woongebieden die vóór de waterkeringen aan de kust liggen beschermen tegen zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering. Hiermee wil het kabinet economische ontwikkeling in de kustplaatsen versterken.

De beslissing van het kabinet is belangrijk voor dertien badplaatsen, Zandvoort, Katwijk, Vlissingen, Kijkduin, Noordwijk, IJmuiden, Cadzand, Scheveningen, Egmond aan Zee, Bergen aan Zee, Ameland, Vlieland en Terschelling. Het behoud van de huidige bescherming biedt zekerheid en is daarmee gunstig voor investeringen in deze toeristische trekpleisters. Omdat de dertien kustplaatsen heel verschillend zijn, geldt er in iedere kustplaats een ander beschermingsniveau. Om het huidige niveau van bescherming te behouden brengt Rijkswaterstaat waar nodig extra zand aan. Zandsuppleties vinden toch al plaats voor het vasthouden van de positie van de kustlijn.

Als de kustgemeenten meer bescherming willen dan het huidige niveau is dat voor eigen rekening. Dat geldt ook voor nieuwe ontwikkelingen buiten het bebouwde gebied of voor situaties waar al afspraken zijn gemaakt over de bescherming.

Meer informatie vindt u in de Kamerbrief “Dertien kustplaatsen’ en bijlage1 en bijlage 2 van 20-01-2006

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat