Start suppleties Noord-Holland

Haarlem – In 2005 worden langs en op de Noord-Hollandse kust vijf suppleties uitgevoerd. Deze zijn op Texel, bij Bergen (2x), Egmond en Heemskerk-Castricum. Als eerste start Rijkswaterstaat met de strandsuppleties in volgorde van Bergen, Egmond en Heemskerk-Castricum. De vooroeversuppleties vinden later in het jaar plaats.

Bij Bergen tussen strandpaal 32,25 en strandpaal 33,75 wordt 300.000 m3 zand gestort, bij Egmond 500.000 m3 tussen strandpaal 37,00 en strandpaal 39,25 en 500.000 m3 zand bij Heemskerk-Castricum tussen de strandpalen 46,50 en48,50. Als de weersomstandigheden goed zijn kan medio april 2005 het eerste zand op het strand van Bergen worden gespoten. Het zijn kortdurende suppleties. De verwachting is dat deze suppleties eind juni 2005 gereed zijn.

In week 15 beginnen de voorbereidende werkzaamheden bij Egmond, zoals het leggen van een zinkerleiding. Een zinkerleiding is een ‘stalen pijp’ waarmee het zand vanuit een sleephopperzuiger op het strand wordt gespoten. Het zand wordt ongeveer 10 kilometer uit de kust door sleephopperzuigers van de bodem gehaald. De werkzaamheden zijn afhankelijk van het weer. Het koppelen van de sleephopperzuiger aan de zinkerleiding kan bijvoorbeeld niet plaatsvinden bij een te sterke deining. Tijdens de werkzaamheden is het strand plaatselijk afgesloten voor het publiek vanwege drijfzand.

De vooroeversuppleties vinden later plaats. Bij Bergen wordt 1.500.000 m3 zand gesuppleerd en voor Texel 2.600.000 m3.

Onderdeel Nederlands suppletieprogramma
De vijf suppleties zijn onderdeel van het totale Nederlandse suppletieprogramma. Het doel van het suppletieprogramma is het bestrijden van de structurele erosie langs de Nederlandse kust. Het voortbestaan van de duinenkust is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende zand. Als een zandtekort optreedt dan zal de duinenkust landwaarts verplaatsen. Door het volume zand in de kust op peil te houden kunnen de duinen blijven bestaan en blijven functioneren als primaire waterkering.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland