Hoe groeit het regionaal openbaar vervoer?

publicatie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid

Het gebruik van bus, tram en metro zal in de toekomst meer en meer het woon-werkverkeer betreffen, en steeds minder het reizen met bijvoorbeeld sociaal-recreatieve motieven. Dat leidt tot een verschuiving van reizen naar de spits en naar de grote steden. Daar liggen dan ook kansen voor het regionale openbaar vervoer om te groeien.

Automobilisten overwegen het openbaar vervoer te gebruiken als dat niet meer dan anderhalf keer zo lang duurt. Verbeteringen lonen dus vooral als het lukt de reisduur zo ver terug te brengen.

Veel regio’s rapporteren reizigersgroei op bepaalde lijnen. Wat precies de succesfactoren zijn, en of het nieuwe ov-gebruikers zijn of mensen die eerder al elders met het openbaar vervoer reisden, is echter met de nu beschikbare gegevens niet te zeggen. Wel is duidelijk dat behalve snelheid, gemak en prijs, ook comfort en beleving belangrijk zijn. Een aangenamere reis duurt in de beleving van de reiziger minder lang.

Dit blijkt uit het rapport Hoe groeit het regionaal ov? van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht het KiM waar in de afgelopen jaren het regionale openbaar vervoer groeide en waar niet, welke factoren daaraan ten grondslag lagen, wat de marktverwachtingen zijn voor het regionale openbaar vervoer en welke drijfveren van mensen bepalend zijn voor het gebruik van het openbaar vervoer.

Meer informatie
Rapport Hoe groeit het regionaal ov? Peter Bakker, Harry Derriks, en Fons Savelberg Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, februari 2011. Rapport | 28-02-2011 | IenM
U kunt het PDF document | 49 pagina’s | 1,0 MB Rapport | 28-02-2011 | IenM
downloaden via de website van IenM

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
U kunt het rapport ook downloaden via Infrasite Documents

U vindt de Samenvatting van het rapport Hoe groeit het regionaal openbaar vervoer? lezen in Infrasite Articles

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)