Kamerbrief VenW over Dienstregeling 2007

Op 10 augustus 2006 heeft staatssecretaris Schultz van Haegen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de dienstregeling 2007. Deze brief gaat onder meer over de reistijdverlengingen op de verbindingen tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland en over de jaardienstuitwerking 2007 (7*24-uursuitwerking).

Hieronder leest u de volledige brief br.1675 Dienstregeling 2007

Geachte voorzitter,

1. Inleiding
In mijn brief van 27 juni 2006 ben ik ingegaan op de reistijdverlengingen op de verbindingen tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland die de voorgenomen dienstregeling 2007 van NS met zich meebrengt en heb ik u toegezegd met NS het gesprek aan te gaan over eventuele specifieke mogelijkheden voor reistijdverbeteringen op de verbinding tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland. In voorliggende brief informeer ik u in paragraaf 2 allereerst over de laatste stand van zaken hieromtrent. In paragraaf 3 doe ik verslag van mijn gesprekken met NS over de jaardienstuitwerking 2007. In paragraaf 4 geef ik een vooruitblik op het vervolgproces. Hierbij ga ik met name in op de betekenis van de datum van 15 augustus die NS mij als belangrijk onomkeerbaar moment heeft medegedeeld inzake de dienstregeling 2007. Ik besluit in paragraaf 5 met mijn conclusie dat ik voornemens ben om onder randvoorwaarden in te stemmen met de dienstregeling 2007.

2. Reistijdverlenging Noord- en Oost-Nederland
In mijn brief van 27 juni heb ik aangegeven dat ik de zorg van de Kamer over de reistijdverlenging voor de reizigers van Noord- en Oost-Nederland naar de Randstad (en vice versa) begrijp. Ik heb hierbij aangegeven dat de reistijdverlengingen verklaarbaar zijn vanuit uitgangspunten met betrekking tot robuustheid, marktvraag, nieuwe stations, regionale wensen en accommodatie van goederenpaden. Bovendien heb ik aangegeven dat in de dienstregeling dilemma’s zitten die op het oog eenvoudige aanpassingen – zoals handhaving van de huidige reistijd uit de dienstregeling 2006 – niet mogelijk maken zonder afbreuk te doen aan de verbeteringen die de nieuwe dienstregeling voor het merendeel van de reizigers heeft. Conform mijn toezegging ben ik met NS in het kader van haar jaardienstuitwerking het gesprek aangegaan over eventuele specifieke mogelijkheden voor reistijdverbeteringen. Hierbij zijn aan de orde geweest: aanpassing van plannormen; en
aanpak van infrastructurele knelpunten op genoemde corridors.

2.1 Reistijdverlenging: plannormen
Onder druk van de toegenomen hoeveelheid treinen op het hoofdrailnet sinds de jaren 70 zijn de plannormen (rijtijdspelingsnormen) in met name de Randstad naar verloop van tijd steeds verder ingeperkt. Dit is van invloed geweest op de punctualiteitcijfers van NS en de betrouwbaarheid voor de reiziger. Met de dienstregeling 2007 zijn de plannormen op instigatie van ProRail weer op een realistisch niveau gesteld. Het hernieuwd strikt toepassen van de plannormen zal zowel de robuustheid als de punctualiteit ten goede komen en maakt de groei – zoals opgenomen in de Nota Mobiliteit – mede mogelijk.

Ik heb NS gevraagd voor het specifieke geval van de verbinding tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland uit te zoeken wat een minder rigide toepassing van de plannormen aan tijdwinst zou opleveren. Dit ondanks de mogelijkheid dat dit ten koste van de punctualiteit kan gaan. NS heeft mij hierop na onderzoek gemeld dat het op zich mogelijk is de reistijd op – relatief overzichtelijke – specifieke trajecten naar het Noorden met 2 à 3 minuten te verkorten door het aanpassen van de plannormen. Wel is het naar verwachting nodig brugopeningstijden aan te passen. Hierover ben ik in gesprek.

Gelet op bovenstaande heb ik met NS afgesproken dat zij in de dienstregeling 2007 een pilot-project voor gedifferentieerde plannormen invoert op de trajecten boven Zwolle. Het pilot-project wordt als volgt vormgegeven.

  • Gedurende het eerste half jaar van dienstregeling 2007 worden de plannormen op de verbinding van Zwolle naar Leeuwarden en Groningen aangepast zodat op deze verbindingen een reistijdwinst van 2 à 3 minuten geboekt wordt. Over eventuele benodigde aanpassing van brugopeningstijden worden nog nadere afspraken gemaakt.
  • Gedurende dat eerste half jaar van dienstregeling 2007 blijven de plannormen vanuit Groningen en Leeuwarden in de richting van de Randstad ongewijzigd, vanwege de eventuele gevolgen die aangepaste plannormen hebben voor de betrouwbaarheid, met het risico van olievlekwerking naar de rest van Nederland.
  • De pilot wordt tussentijds geëvalueerd. Dan wordt besloten om de pilot te vervolgen, uit te breiden voor de verbinding van Leeuwarden en Groningen naar de Randstad, dan wel te beëindigen. Cruciaal hierbij is onder meer de invloed op de punctualiteit. Het is immers van belang dat in ogenschouw wordt genomen dat het verminderen van de rijtijdspeling kan resulteren in een verslechtering van de aankomstpunctualiteit op de knooppunten Zwolle, Leeuwarden en Groningen.
  • NS zal de verwachte nadelige effecten op de punctualiteitcijfers die uit deze pilot voortkomen nader (kwantitatief) beargumenteren en toelichten bij haar punctualiteitcijfers in het vervoerplan 2007.

Daarnaast is op de verbinding Utrecht-Amersfoort een reistijdverkorting mogelijk gemaakt door een versnelling op dat traject. Deze maatregel is zeer specifiek voor dit traject mogelijk en betekent geen wijziging van de plannorm. De versnelling resulteert in een reistijdwinst van 1 minuut door middel van een eerdere aankomst in Amersfoort. Deze aanpassing van de dienstregeling is inmiddels door NS in gang gezet, maar is alleen voordelig voor reizigers met Amersfoort als eindbestemming. De trein halteert dan namelijk 1 minuut extra te Amersfoort.

2.2 Reistijdverlenging: infrastructurele maatregelen
Met NS en ProRail heb ik ook gekeken naar de invloed van infrastructuurprojecten op de reistijden op de verbinding tussen de Randstad en Noord- en Oost-Nederland. Dit heeft geresulteerd in twee knelpunten die concreet worden aangepakt met de volgende projecten:

  • het extra perron te Hilversum: dit vervangt de niet-crossplatform overstap te Amersfoort voor reizigers van Noord- en Oost-Nederland naar Amsterdam Centraal door een crossplatform-overstap te Hilversum; en
  • het vrijleggen van het spoor Utrecht-Soest-Baarn bij Baarn: dit project heeft vooral een positieve invloed op de betrouwbaarheid voor de reiziger en leidt bovendien tot een geschatte reistijdwinst van 1 minuut tussen Amersfoort en Schiphol.

Ik heb ProRail verzocht de oplevering van het extra perron te Hilversum, die oorspronkelijk was voorzien per december 2008, te versnellen met het oog op vermindering van het ongemak dat de niet-crossplatform overstap te Amersfoort met zich meebrengt. Dit betekent dat de reizigers naar Amsterdam Centraal één jaar in plaats van twee jaar met een niet-crossplatform overstap te Amersfoort te maken hebben. Dit maakt dat de optie van extra roltrappen te Amersfoort een desinvestering zou betekenen die bovendien niet voldoet aan de criteria van ProRail voor dergelijke projecten. NS heeft toegezegd bereid te zijn om in het overbruggingsjaar in extra assistentieverlening voor de niet-crossplatform overstappers te voorzien. Hierbij moet vooral gedacht worden aan hulp aan mensen met veel bagage, ouderen en minder validen. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt en komt in aanvulling op de reeds beschikbare liften en roltrappen aldaar. Voor het vrijleggen van het spoor bij Baarn geldt dat de planning van oplevering per december 2007 tot voor kort als onzeker werd bestempeld, maar dat de prioriteit van dit project inmiddels is bijgesteld. Deze projecten zullen vóór inwerkingtreding van de dienstregeling 2008 worden opgeleverd en een positieve invloed (rechtstreekse overstap, betrouwbaarheid en reistijdwinst van 1 minuut voor de reiziger) hebben op de dienstregeling 2008. Ik heb tenslotte met ProRail en NS afgesproken nader onderzoek te doen naar eventuele andere knelpunten op genoemde corridors (bijvoorbeeld de vrije kruising Amersfoort West, extra inhaalsporen en -perrons) om zodoende de reistijdverlenging op een kosteneffectieve en robuuste wijze te beperken. Het betreft hier helaas geen oplossingen die binnen korte termijn realiseerbaar zijn.

3. Detailuitwerking jaardienst (7*24-uursuitwerking)
NS heeft aan de consumentenorganisaties in het Locov advies gevraagd inzake de jaardienstuitwerking 2007 (7*24-uursuitwerking). In de adviesaanvraag wordt het basisuurpatroon (BUP) zoals door NS is vastgelegd in het besluit dienstregeling 2007 en dat ik op 27 maart 2006 aan uw Kamer heb gezonden, verder uitgewerkt door middel van het inzichtelijk maken van de eerste en laatste treinen en het vervoeraanbod in spits- en daluren en vakanties. De consumentenorganisaties hebben op 31 juli 2006 hun advies aan NS kenbaar gemaakt. Dit Locov-advies dient door NS te worden meegenomen in haar besluit over de jaardienst dat rond 15 augustus bekend is. Ik volg dit proces uiteraard nauwgezet. Aangezien ik er aan hecht om het advies van de consumentenorganisaties in mijn oordeelsvorming over de detailuitwerking te betrekken, heb dit afgewacht alvorens richting uw Kamer op mijn toetsing in te gaan.

Daarnaast heeft NS mij gemeld dat 15 augustus 2006 een onomkeerbaar moment is voor de dienstregeling 2007 (zie onderstaand nader toegelicht). In dit kader heb ik, zoals ik had aangegeven in mijn brief van 27 juni, de detailuitwerking van de dienstregeling (zoals omschreven in 7*24 adviesaanvraag) beoordeeld. Hierbij heb ik de voorstellen van NS inzake de detailuitwerking van dienstregeling 2007 gelegd naast het toetskader dat in november 2005 aan uw Kamer verzonden is.
Op basis van mijn beoordeling constateer ik dat ik op dit moment bedenkingen heb ten aanzien van enkele specifieke daluitsnijdingen (betreffende de corridors Lelystad- Amsterdam, Rotterdam-Amersfoort en Den Haag-Arnhem) en de verschuivingen van het aanbod van enkele laatste treinen. Ik ben hierover momenteel in gesprek met NS.
Een eventuele aanpassing van de dalurenbediening of de eerste en laatste treinen betreft een kleine aanpassing van de dienstregeling 2007 en is mogelijk tot uiterlijk medio september 2006. Dit heeft dan ook geen consequenties voor het onomkeerbare moment op
15 augustus 2006.

Overigens heeft ProRail mij gemeld dat het niet zeker is dat de viersporigheid van Amsterdam-Utrecht tijdig voor de start van de dienstregeling 2007 gereed is. ProRail, NS en overige vervoerders brengen momenteel de consequenties van een eventuele vertraagde oplevering van de viersporigheid voor de dienstregeling 2007 in kaart. ProRail en NS zullen mij hierover zo spoedig mogelijk informeren. Afhankelijk hiervan zal ik bepalen of dit van invloed is op mijn beoordeling van de dienstregeling 2007. Een eventuele vertraging van de oplevering mag niet leiden tot een vermindering van het aantal treindiensten op deze corridor in de dienstregeling 2007 ten opzichte van de dienstregeling 2006. De minister van Verkeer en Waterstaat zal uw Kamer informeren over de ontwikkelingen.

4. Vervolgproces en onomkeerbare momenten
NS heeft mij medegedeeld dat haar besluit inzake de jaardienst medio augustus 2006 de belangrijkste onomkeerbare stap in het dienstregelingproces van NS betekent, teneinde de
invoering van deze dienstregeling zorgvuldig voor te bereiden. Het besluit van NS betekent de vaststelling van het definitieve dienstregelingconcept 2007. Praktisch gesproken betekent de onomkeerbaarheid van het besluit op 15 augustus 2006 dat het daarna voor NS onmogelijk is om in 2007 alsnog de dienstregeling 2006 te handhaven. De onomkeerbaarheid komt deels voort uit de planning van ProRail in het capaciteitsverdelingsproces. Het wordt ook veroorzaakt doordat NS haar eerder opgestelde ruwe interne planning met betrekking tot logistiek en onderhoud (met de invulling van rangeerplannen, onderhoudsroosters, etc) vanaf 15 augustus 2006 exact invult en het feit dat andere bedrijven (zoals decentrale vervoerders, stads- en streekveervoerders, veerdiensten, etc) afhankelijk zijn van deze planning. Ook de planningen voor het personeel (standplaatsen) worden tegen die tijd concreet ingevuld. En ten slotte wenst NS op korte termijn haar publiciteitscampagne richting reiziger in gang te zetten.

Op uiterlijk 10 oktober 2006 moet NS eventuele ontheffingsverzoeken bij mij indienen. Dan start NS eveneens de productie van reisinformatiemiddelen en kan de definitieve bemensing van de treindiensten worden vastgesteld. Na indiening van het vervoerplan 2007 op uiterlijk 1 november 2006 – met daarin onder meer een weerslag van de gesprekken met decentrale overheden – zal ik de dienstregeling 2007 voor een aantal laatste aspecten toetsen (bijvoorbeeld toezeggingen assistentieverlening, zitplaatskans, etc) en neem ik een besluit ten aanzien van eventuele ontheffingsverzoeken. Wanneer de toetsing op het aangeboden vervoer in het vervoerplan 2007 onverhoopt discrepanties oplevert met de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals in mijn brief van 7 november 2005 (Kamerstuk 29984, nr 18) geformuleerd, zal ik NS vragen deze te motiveren.

5. Conclusie
Uit mijn beoordeling van het basisuurpatroon en de detailuitwerking van de dienstregeling 2007 blijkt dat de meerderheid van de reizigers er met de dienstregeling 2007 op vooruit gaat. Zo leidt de nieuwe dienstregeling tot een extra reizigersgroei van 5% en profiteert de reiziger van de geschatte 1,5% punctualiteittoename op het hoofdrailnet en van het feit dat het treinaanbod met 200 per dag wordt verhoogd tot 5200. Dit betekent dat per saldo 3% meer treinkilometers per dag worden gemaakt. Tevens zal de reiziger profiteren van de daling van de gemiddelde reistijd van station naar station met 1 à 3% die dankzij de hogere frequenties in met name de brede Randstad wordt bereikt omdat daar op de drukste routes door de week ieder kwartier overdag een intercity en/of een Sprinter (met zo mogelijk een betere tijdligging) wordt aangeboden. Ofschoon een aantal rechtstreekse verbindingen wordt verlegd, blijft het aantal reizen zonder overstap gelijk. Verder is conform de wens van een aantal decentrale overheden het aantal stations met IC-status toegenomen (Hilversum, Gouda, Zaandam).

NS volgt met de dienstregeling de verplichtingen en uitgangspunten van de vervoerconcessie en de Nota Mobiliteit: meer reizigers op de bestaande infrastructuur en met minder verstoringen van de reis. Ook heeft NS zich tot nu toe voldoende rekenschap gegeven van de wensen van regio’s en consumentenorganisaties.

Op basis van mijn beoordeling ben ik van mening dat NS de invoering van de dienstregeling 2007 kan vervolgen. Ik zie dan ook geen noodzaak het onomkeerbare moment van 15 augustus 2006 aan te grijpen om de dienstregeling 2006 te continueren. Wel plaats ik nog enkele eerder genoemde kanttekeningen bij de detailuitwerking van de dienstregeling. Belangrijk hierbij zijn met name de consequenties die de eventuele vertraagde oplevering van Amsterdam – Utrecht zou kunnen hebben. Hierover ben ik zoals eerder gemeld nog met NS in gesprek.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
mw drs M.H. Schultz van Haegen