Van Brienenoordbrug

Eerste ervaringen opgedaan met materiaalpaspoort in GWW-sector

Een jaar lang experimenteerden aannemers, gemeenten en provincies en Rijkswaterstaat binnen concrete pilotprojecten met het gebruik van een materiaalpaspoort in de infrasector. De bevindingen van deze Materialen Expeditie zijn vervat in het rapport ‘Lessons Learned Materialen Expeditie’ van Bouwend Nederland, dat net verschenen is.

Een materiaalpaspoort geeft de sector inzicht in welke materialen in bijvoorbeeld wegen, bruggen en sluizen verwerkt zijn. Het is een uitgebreide database met gedetailleerde informatie over het object en de materialen waaruit het opgebouwd is. Dat maakt het makkelijker om materialen of complete onderdelen aan het einde van de levensduur weer als grondstof te gebruiken voor nieuwe infrawerken en zo toe te werken naar een circulaire economie. Materiaalpaspoorten voor gebouwen zijn al veel gebruikelijker. In de infrasector bevindt de toepassing zich nog in een pril stadium.

Ervaringen delen

De initiatiefnemers van de Materialen Expeditie zijn Dura Vermeer, TBI, VolkerWessels, de provincies Noord-Holland en Overijssel en nog vijftien samenwerkingspartners. Binnen veertien pilots werd ervaring opgedaan met een materiaalpaspoort. De deelnemers bekeken onder meer aan welke eisen zo’n paspoort moet voldoen, wat de toepassingsmogelijkheden zijn en hoe de digitale vastlegging moet gebeuren om ook uitwisseling van data te vergemakkelijken.

De deelnemers aan de Materialen Expeditie willen hun ervaringen nadrukkelijk delen om te voorkomen dat iedereen steeds opnieuw het wiel moet uitvinden. Op die manier willen ze het gebruik in de GWW-sector versnellen. Hun bevindingen staan beschreven in het rapport ‘Lessons Learned Materialen Expeditie’.

Pilotprojecten

Pilots waarbinnen geëxperimenteerd werd waren onder meer: circulair maken van een deel van de N739 (Dura Vermeer en provincie Overijssel), realisatie Innovatieroute A1-N342-N737 (Strukton en provincie Overijssel), meerjarig onderhoud Schiphol vliegtuigopstelplaatsen (VolkerInfra Schiphol en Schiphol Nederland) en sloop en vervanging Cruquiusbrug (provincie Noord-Holland, aannemer nog niet bekend).

Verschillende opdrachtgevers zien de meerwaarde van een materiaalpaspoort, al is dat soms pas aan de orde als er sprake van onderhoud of vervanging en materialen vrijkomen. Als voordeel noemen ze onder meer het gerichter en op een duurzamere manier kunnen plannen van onderhoud. Een paspoort kan ook dienen als hulpmiddel bij een aanbesteding. Met een paspoort kunnen opdrachtgevers op een realistischere manier voorschrijven hoeveel materiaal hergebruikt moet worden bij de sloop en vervanging van een object omdat ze exact weten hoeveel grondstoffen er vrijkomen.

Baten

Financieel biedt de aanwezigheid van een materiaalpaspoort pas in de toekomst voordelen voor toekomstige opdrachtnemers van sloop, beheer en renovatie. Dat is wel een aandachtspunt, zo schrijven de opstellers van het rapport. “In de huidige aanbestedingen zijn opdrachtnemers voor de aanleg niet per se dezelfde als voor beheer of sloop. In deze situaties moet deze opdrachtnemer dus het materiaalpaspoort opstellen voor het belang van een ander. De opdrachtgever moet in deze de brug slaan tussen de opdrachtgevers door het materiaalpaspoort als onderdeel van de uitvraag op te nemen. Wanneer opdrachtnemers verantwoordelijk worden voor sloop, aanleg en beheer is dat niet meer het geval en plukt de opdrachtnemer zelf direct de vruchten van het materiaalpaspoort.”

Eén van de aanbevelingen aan opdrachtgevers in het rapport is om voor objecten die binnen een jaar of vijf gesloopt zullen worden alvast een materiaalpaspoort op te stellen om er zo sneller achter te komen wat het voordeel is. Ook zouden opdrachtgevers in hun aanbestedingen aannemers meer ruimte moeten bieden om hergebruikte materialen toe te passen. In de huidige bestekken is dat niet vaak niet mogelijk. Dan heeft het ook niet zo veel zin om een materiaalpaspoort op te stellen.

Auteur: Redactie Infrasite