Project



Zandhonger Oosterschelde






Algemene projectinformatie
Zoals destijds voorzien, stroomt er sinds de aanleg van de Oosterscheldewerken minder water in en uit de Oosterschelde. De getijdengeulen zijn te groot voor de kleinere hoeveelheid water. Het water stroomt daardoor langzamer dan voorheen en heeft onvoldoende kracht om sediment te verplaatsen van de geulen naar het intergetijdengebied. De afbrekende krachten werken nog wel, maar de opbouwende krachten niet. De afbraak van intergetijdengebied overheerst. Dit proces staat bekend als ‘zandhonger’ en heeft een negatieve invloed op de waterveiligheid, op gebruiksfuncties en op de natuurwaarden van dit als Natura 2000 aangewezen gebied. De erosie van de platen, slikken en schorren heeft effect op de golfaanval op de dijken en daarmee op de levensduur ervan. Momenteel erodeert zo’n 50 hectare intergetijdengebied per jaar. De verwachting is dat dit verdubbelt tot 100 hectare per jaar, met als gevolg dat rond 2050 nog maar de helft is overgebleven van de huidige 10.000 hectare en in 2100 nog maar 1500 hectare. Daarnaast heeft deze erosie negatieve gevolgen voor de getijdennatuur, terwijl de stormvloedkering in de Oosterschelde juist was bedoeld ter behoud van deze natuur.

VenW en LNV zijn in 2007 gestart met een verkenning om inzicht te krijgen in de effecten van handhaving huidig beleid (= niets doen) en welke beheersmaatregelen mogelijk zijn om het verdwijnen van intergetijdengebieden tegen te gaan. Onderdeel van de verkenning is het doen van proeven (o.a. een proefsuppletie) om te testen of de maatregelen effectief zijn. De verwachting is dat de verkenningsfase in 2011 zal zijn afgerond.

Bron: MIRT 2009





Project-eigenschappen:
Projectfase:  Verkenning
Modaliteit:  Waterveiligheid

Regio:  Zuid
Provincie:  Zeeland

MIT/SNIP/MIRT fase historie:
MIRT 2009:  Verkenning


Investeringen:
Investeringsproject van:  VenW